Cornelis Aart (Kees) Klok (Dordrecht, 1951) is een Nederlands dichter, vertaler, historicus. Hij was daarnaast lange tijd werkzaam als senior-docent geschiedenis aan het Stedelijk Dalton Lyceum in Dordrecht. Na het schooljaar 2009-2010 heeft hij het onderwijs verlaten. Hij studeerde af in de contemporaine geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en specialiseerde zich in de geschiedenis van het moderne Griekenland, Cyprus en de omliggende regio. Hij debuteerde in 1969 als dichter in het Dordtse culturele tijdschrift BIJ. Hij is mede-oprichter van de stichting Produktiegroep Bobby Kinghe en was redacteur van de literaire tijdschriften Letteriek en Herman. Hij was ook lange tijd redacteur van het eind 2004 opgeheven literair kwartaalschrift Kruispunt. Hij is columnist bij het Griekenland Magazine en lid van de Nederlands-Griekse Mediacirkel. Bron: Wikipedia

DORDRECHT.

Blog en foto’s: Kees Klok  

Voor zover ik mij herinner, maar toen hield ik nog geen dagboek bij, is Wantijpop, het jaarlijkse muziekfestival in het Wantijpark in Dordrecht, begonnen met het evenement de Stemvork. Ergens in de jaren zestig. Er is in ieder geval al heel lang muziek in het Wantijpark. Ik heb nog foto’s, gemaakt eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, toen ik er met Marion, mijn toenmalige geliefde, en een aantal vrienden heenging, elk met een treetje bier onder de arm. Dat hoef je nu niet meer te proberen, aan de ingang van het park worden door beveiligers tassen en zakken leeggehaald, want eigen drank is streng verboden. Het stimuleert de creativiteit. Er zijn vele manieren om drank binnen te smokkelen en daarom keek ik er niet van op dat een bekende mij grijnzend een glaasje whisky aanbood.
In die tijd zaten een paar honderd man in het park te genieten van, ook weer voor zover ik mij herinner, voornamelijk lokale bands. Wat dat betreft is er voor mij niet veel veranderd. Het was dit jaar zo ongehoord druk bij het hoofdpodium, waar allerlei beroemdheden optraden die voornamelijk buiten mijn belevings- en belangstellingswereld opereren, dat ik mij uitsluitend bij het podium van de Popcentrale heb opgehouden. Daar was het druk, maar niet zo druk dat je je benen kon optrekken en tussen je medebezoekers bleef hangen en dat beviel mij beter. Er trad een aantal interessante lokale bands op. Er waren ook een paar jongens die een enorme lawaaistorm produceerden. Toen was het ineens nogal druk bij de Jamstage, waar voortdurend leuke dingen gebeurden.
 
De zon scheen, dat hielp de moed erin te houden, want hoewel ik mij bij tijd en wijle prima vermaakte, vraag ik mij toch af of Wantijpop nog wel echt leuk is. De massaliteit, de peperdure consumpties om het festival betaalbaar te houden, die lijst van 29 ‘huisregels’, waarvan de helft zo is overgenomen uit al bestaande wetten en gemeentelijke verordeningen en dus volkomen overbodig om te vermelden en waarvan sommigen de lachlust opwekken: ‘Er zijn geen kluisjes op het terrein.’ Je hondje mag niet meer mee en waag het niet een camera met verwisselbare lenzen mee te nemen. Ik voel mij bij zoiets als een kleuter behandeld en het tekent de hysterische tijdgeest die in ons is gevaren. Natuurlijk, veiligheid is van belang, er lopen hier en daar moordlustige godsdienstwaanzinnigen rond, maar ik heb toch sterk het gevoel dat de de ‘veiligheidsmaatregelen’ bij Wantijpop vooral voortkwamen uit doorgeslagen regelzucht en vertrutting.
Ja, gelukkig zag ik veel vrolijke mensen, zag ik weer heel veel vrienden en bekenden en hadden we het onder elkaar gezellig. Dat is waar je voor komt bij Wantijpop. De muziek is toch eigenlijk maar bijzaak. Ik weet het, ik begin langzamerhand een cultureel fossiel te worden, maar van mij mag het volgend jaar ietsje minder massaal en ietsje meer terug naar de gemoedelijkheid van nog niet zo heel lang geleden.