Vandaag is de parlementaire enquête naar het coronabeleid begonnen. Ik denk met enige huiver terug aan die duistere periode, al moet ik wel lachen om al die mensen die in paniek overgingen tot het hamsteren van toiletpapier. Kennelijk was het motto ‘als je maar kunt poepen komt alles goed.’ Veel goeds heeft corona ons niet gebracht, zoals het besef dat er duizenden halvegaren rondlopen in ons land die wel geloof hechten aan oprispingen in de sociale media van een geflipte dansleraar, maar niet aan de beweringen van artsen die vele jaren medicijnen hebben gestudeerd.

Toch is er door corona in Dordrecht duidelijk iets ten goede veranderd. Dat is te zien aan de vele en grotere terrassen die de stad op aangename wijze verrijken. Toen we afstand van elkaar moesten houden, mocht een aantal terrassen tijdelijk worden uitgebreid om de horeca te steunen en die maatregel is inmiddels definitief geworden. Het is een publiek geheim dat ik bij geschikt weer graag vertoef op het terras van mijn stamkroeg op de Groenmarkt, dat inmiddels is ‘omheind’ door bloembakken waarin het weelderig groeit en bloeit. De stad is er een stuk aangenamer op geworden. Niet alleen door corona, daarvoor al werd het Scheffersplein ontwikkeld tot horecaplein en sinds een paar jaar hebben we een prachtige stadsoase tussen De Witt en de Kunstkerk, met een heerlijk terras en een schitterende, door Piet Oudolf ontworpen tuin. Ik ben een beetje jaloers op bewoners van de Nieuwstraat.

Alleen wel jammer dat bij mooi weer de Groenmarkt als vanouds misbruikt wordt als race- en show off baan voor a-socialen op bulderende scooters en pre-pubers op fatbikes. Niet dat ik iets heb tegen een fatbike op zich, maar onlangs hoorde ik dat de burgemeester zich afvroeg waar toch de ouders van dat racegrut zijn. ‘In een inrichting,’ ben ik geneigd te denken, want als je je kindje op zo’n ding laat rijden heb je zaagsel in je kop of in ieder geval een alarmerend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Foto: archief Kees Klok