Een van de cafés waar ik met vrienden regelmatig de avond doorbracht, was De Vrijheid op de hoek van de Noordendijk en de Noorderstraat. Dat was in de jaren dat eerst Leen van Ast en zijn dochter Marja het etablissement uitbaatten, waarna Jaap van Gorsel aantrad. Nadat Jaap het café had verkocht, ben ik er niet veel meer geweest. Dat had niet alleen te maken met mijn verhuizing naar de andere kant van de negentiende-eeuwse schil, maar vooral vond ik de opvolger van Jaap geen succes.
Die meneer was alweer verdwenen toen ik in De Vrijheid mijn afscheid van het onderwijs vierde. Een mooie, zonnige middag was dat, die we grotendeels op het terras doorbrachten. Toen ik later nu en dan het café bezocht kreeg ik echter de indruk terecht te zijn gekomen in een psychiatrische inrichting met verwarde, prevelende figuren aan de bar, waarachter enkele uiterst vriendelijke mensen die wel heel erg tolerant waren tegenover de klandizie. Ik bleef voortaan liever weg en koesterde de herinneringen aan De Vrijheid zoals die was in de late jaren zeventig en de jaren tachtig.
Onlangs las ik in de krant dat Vincent Bek, eigenaar van De Lachende Monnik en café Top, het fraaie café aan de Noordijk nieuw leven wil inblazen. Naar eigen zeggen kent hij de waarde van de traditionele, bruine cafés, die hij graag wil redden. Ik hoop van harte dat het lukt want er liggen veel dierbare herinneringen op de Noordendijk.
Foto: Paasdiner met verkleedpartij in De Vrijheid, begin jaren ’80. Geheel links boven Jaap van Gorsel, met koksmuts de kok, Marius Versluis (archief auteur).









