‘Het begint in Dordrecht’. Ach, wat zal ik ervan zeggen? Het is goed bedoeld, denk ik maar, en ‘ze’ doen er niemand kwaad mee. Misschien helpt de slogan om Dordrecht in toeristenland nog een beetje populairder te maken. Van een deel van de Dordtenaren moeten we het wat dat betreft niet hebben en met dat deel bedoel ik vooral de talloze fietsers op het wandelgedeelte van de Voorstraat, die een ware plaag zijn.

Ik loop regelmatig als stadsgids met gasten over de Voorstraat. Soms hebben we meerdere groepen van de cruiseschepen die Dordt aandoen. Dan is het weleens even wat druk, maar wie zich daar geen reet van aantrekken zijn die vermaledijde fietsers. Die moeten en zullen overal doorheen fietsen en het zijn niet alleen achtjarige snotneuzen op fatbikes, het zijn vooral, heb ik de indruk, verontwaardigd kijkende, middelbare vrouwen die nog te beroerd zijn om hun fietsbel te gebruiken en opgefokte mannetjes op een roestbak. Gisteren scheurde zo’n kerel luid ‘kanker Amerikanen’ roepend dwars door een groep mensen, waarbij het een godswonder was dat de idioot niemand omver reed.

Ik ben weleens bang dat ik de neiging niet kan onderdrukken om opeens mijn paraplu in het voorwiel van zo’n fietser te steken. Over de kop, hard op je bek, heerlijk lijkt me dat. Jammer alleen dat ik te fatsoenlijk ben om voor eigen rechter te spelen. Dat is de rol van Handhaving en de politie, maar ik hoor ze daar alweer aankomen met de afgezaagde zucht: ‘We kunnen niet overal zijn’. Nee, maar misschien kunnen er wat andere prioriteiten worden gesteld. Waarom komt Handhaving dagelijks door mijn straat waar overdag hooguit een auto of zes staan geparkeerd? Als er iedere dag enkele handhavers continue over de Voorstraat lopen wordt er goud geld verdiend aan al die fietsende a-socialen. En wat te denken van die andere plaag: foutparkeerders die voortdurend in de weg staan op het Bagijnhof en in de Visstraat?

Foto: Kees Klok