Er moet een standbeeld komen van een frikandel vinden enkele stadgenoten. AD De Dordtenaar en RTV-Dordrecht sprongen er bovenop alsof het het briljantste idee sinds mensenheugenis was. Ach, aan de ene kant vind ik het wel een ludieke gedachte, maar aan de andere kant is het toch meer iets voor een pretpark als de Efteling en niet voor een zich serieus nemende stad, zoals de oudste stad van Holland. Ja, toevallig is de frikandel in Dordrecht uitgevonden, maar wat draagt dat bij tot de cultuur van de stad? Dan kunnen we evengoed een standbeeld neerzetten van een ander Dordts culinair fenomeen, het Brokking-gebakje. Van mij mogen ze tijdens het Dordtse carnaval een opblaasfrikandel op het Statenplein zetten, maar daar moet het dan maar bij blijven.
Het voorstel van een werkgroep met daarin Henk van Bennekum, Thijs Blom, Ton Delemarre, Sybe de Lint, Jacques Malschaert, Joke Snijders en Kees Thies om de stad te verrijken met een dubbelstandbeeld van dichter Kees Buddingh’ en tekenaar Otto Dicke neem ik wel serieus en steun ik ook van harte. Ik citeer uit het pleidooi van de werkroep, gericht aan het college van B&W en de gemeenteraad:
“Buddingh’ bezorgde Dordrecht nationale bekendheid met zijn Gorgelrijmen, vertalingen, optredens en zijn Ode aan Dordt. Dicke legde de stad vast in talloze tekeningen en illustreerde toonaangevende publicaties. Hun vriendschap en samenwerking – van Spekkie en Blekkie tot exposities in Pictura – maken hen tot een uniek Dordts duo. Beide droegen bovendien bij aan het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en waren actief in het culturele leven en de lokale politiek.”
Dat is wat mij betreft toch heel andere koek dan de frikandel, door veel Nederlanders enthousiast aangeduid als ‘berenl#l’ of het Brokking-gebak.
Foto: Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht, 552_308160









