Er zullen weinig Dordtenaren zijn die de Grote Markt een geslaagd staaltje van stedenbouwkundige architectuur vinden. In mijn ogen is het zo ongeveer het lelijkste plein van West-Europa. Geen wonder dus dat het gemeentebestuur om de zoveel tijd komt met plannen om het plein te verfraaien. Plannen die meestal in een la verdwijnen omdat ze te duur zijn, het resultaat zijn van overambitieuze architecten of te veel weerstand oproepen bij de betrokken bewoners.
Wat dat laatste betreft hebben die vaak gelijk. Ook nu worden er weer plannen gemaakt voor de Grote Markt, plannen die onder meer inhouden dat een deel van de huizen daar en aan de Varkenmarkt plaats moet maken voor een doorkijk naar de Nieuwe Haven. Dat is een onzalig idee.
Er zit, behalve in het hoofd van de plannenmakers, echt niemand te wachten om vanaf het Scheffersplein naar de Nieuwe Haven te koekeloeren en misschien is de doorloop vanaf de Groenmarkt naar de Knolhaven een minuut korter dan wanneer je er via het Tolbrugkamp of de Grote Markt naartoe loopt, maar rechtvaardigt dat in een tijd van gillende woningnood de sloop van een groot aantal (van buiten misschien weinig fraaie, maar van binnen prima bewoonbare) woningen? Als esthetiek het criterium voor sloop zou zijn, dan kan een flink deel van de stad onmiddellijk op de schop. Het argument dat het toeristen naar het havengebied zou trekken is flauwekul. Zeker omdat dat al uitstekend bereikbaar is, onder meer via de schilderachtige Vleeschhouwerstraat.
Ik juich het toe als er iets aan dat plein wordt gedaan, maar zoek de verfraaiing liever in de bouw van een ondergrondse garage, zodat we van die saaie parkeerplaats af zijn en maak van het plein een boomrijk plantsoen met horeca. Dat trekt zeker ook toeristen, die daar dan in de schaduw aangenaam kunnen relaxen. Er zullen in dat geval volgens goed Dordts gebruik wel weer buurtbewoners zijn die gaan klagen over overlast, maar alles beter dan om de zoveel jaar in de stress te schieten omdat de gemeente hun woningen wil slopen.
Foto: Kees Klok









