Dordrecht is vanouds een stad van schilders. Dat wil niet zeggen dat andere kunstvormen hier niet bloeien, maar vanwege de ligging als waterstad en de unieke spiegeling van het licht in het water, is onze stad al eeuwen geliefd bij met name kunstschilders. Boeken als het vorig jaar verschenen De schilders van Dordrecht door Sander Paarlberg en Pim Arts en het eerder, in 2005, verschenen Dromen van Dordrecht onder redactie van Moniek Peters, Ursula de Goede en Jan Alleblas getuigen daarvan. Een mooi voorbeeld van schilders die in Dordrecht inspiratie kwamen opdoen is William Turner aan wiens werk op dit ogenblik de tentoonstelling Water en licht in het Dordrechts Museum is gewijd en die nog tot 14 juni is te zien.
In de loop der eeuwen woonden vele schilders in Dordrecht, waaronder een flink aantal grote meesters uit het verleden zoals Albert Cuyp, Samuel van Hoogstraten, Arnold Houbraken en de gebroeders Van Strij. Nog steeds huisvest de stad veel eigentijdse kunstenaars, deels verenigd in Nederlands oudste, maar nog immer bloeiende Teekengenootschap Pictura. Het is een rijke cultuur waar we trots op mogen zijn en die we moeten koesteren.
Waar al die schilders in de loop der eeuwen woonden is onbekend, maar daaraan komt binnenkort een eind aan want dan verschijnt het boek De stad als atelier van de hand van Jan Willem Boezeman waarin de (voormalige) woonhuizen van maar liefst 235 Dordtse schilders worden getraceerd. Als zo’n onderzoek de Dordtse dichters en schrijvers zou betreffen, zou het boek aanzienlijk dunner zijn, al heeft de stad wel degelijk ook een literaire traditie. Die blijft tot op heden wat in de schaduw van de beeldende kunst. Zou door velen hier ter stede daarom de voornaam van een van onze belangrijkste dichters, C. Buddingh’ nog steeds voortdurend fout worden gespeld met een C in plaats van met een K?









