Het is weleens prettig om te merken dat je je voor niets ongerust hebt gemaakt. Vandaag zijn de bouwwerkzaamheden in de Christiaan de Wetstraat begonnen. Volgens een brief van de aannemer gaan ze acht maanden duren, maar als er gebouwd wordt conform de tekening die ik een jaar geleden onder ogen kreeg, gaat de straat er wel degelijk op vooruit. Dat we een paar maanden moeten afzien is wat mij betreft niet erg. De aannemer verontschuldigt zich voor overlast bij het laden en lossen van materialen, maar ik heb al jaren geen auto meer en met de fiets kun je aan beide kanten de straat uit.
Waar ik nog geen bouwactiviteiten heb bespeurd is bij dat andere, veel grotere gat op het Vrieseplein. Ik herinner me de huizen die er stonden. Op de hoek de winkel van De Gruyter, daarnaast zat in mijn jeugd een patatzaak (kleine friet vijftien cent, grote friet een kwartje en voor mayonaise of piccalilly vijf cent extra) en een eindje verderop fietsenmaker Bellaard, die voor een paar centen de achterband van mijn autoped plakte omdat Olree in de Vriesestraat dat beneden zijn waardigheid vond. Later was in een van de panden het restaurant Le Miroir gevestigd, waar we gingen eten als mijn ouders iets te vieren hadden. Het was bijna hun buurman, want ze woonden eerst als kostersechtpaar achter de kerk in de Cornelis de Wittstraat en na hun pensionering een aantal jaren in een appartement tegenover die kerk.
Wat er van dat Vrieseplein terecht moet komen, ik weet het niet. Een tijd geleden las ik in de krant dat alle bezwaren waren opgelost en de bouw kon beginnen. Wanneer dan? Het is een hele opluchting dat die vraag wat het gat van Christiaan de Wet betreft positief is beantwoord.
Foto: Kees Klok









