Van Baerleplantsoen (foto: Gertjan Kleinpaste)

De reservebank voor een plekje in de gemeenteraad is ongelooflijk lang en waarschijnlijk ook erg leeg. Dat geldt overigens ook voor een plek in de provinciale staten, het waterschap of in de Tweede Kamer. Ik weet dat politieke partijen er nog steeds in slagen kieslijsten te vullen met kandidaten. Al wordt dat steeds lastiger. Ik weet ook hoe zwaar het veel gekozenen valt hun vertegenwoordigende rol vol te houden.

Ik ben ervan overtuigd dat al die gekozenen, in welk politiek orgaan dan ook, voor het overgrote deel naar eer en geweten hun functie vervullen. “De meeste mensen deugen” (Rutger Bregman). Dat geldt zelfs voor politici. Al zwelt de kritiek op de politiek ongelooflijk aan. Al denk zelfs ik – ik ben politiek actief – dat politiek eerder deel is van het probleem, dan van de oplossing. Althans in veel situaties.┬á

Wie zijn dan deel van de oplossing? Dat zijn u en ik. Bewoners van een buurt of wijk. Mensen die haastig, als een schim welhaast, langs hun buren glippen naar de veiligheid en de geborgenheid van de eigen woning. Mensen die elkaar niet of nauwelijks lijken te kennen, lijken zo weinig mogelijk met elkaar te maken te willen hebben.
Burgemeester Wouter Kolff riep in zijn nieuwjaarstoespraak iedereen op om meer naar elkaar om te zien. Om oog te hebben voor de mensen om je heen en hen – mocht dat nodig zijn – de helpende hand toe te steken. Medemenselijkheid, iets voor een ander doen en iets voor elkaar overhebben vormt het cement van onze samenleving.

Gelukkig lijkt die samenleving van alledag veerkrachtiger en robuuster dan het vertekende beeld dat daarvan wordt getoond op social media. Op de verschillende platformen (Twitter, Insta, Facebook, etc.) springen steeds meer duveltjes uit steeds meer doosjes; komen steeds meer geesten uit de fles. Op social media lijkt schamper doen en elkaar de maat nemen eerder de norm dan de uitzondering. De meest voorkomende mop is er de ‘jij-bak’. Links en rechts zijn er tot op het bot verdeeld; ze zullen elkaar daar niet snel de hand reiken.

Dat schamperen en elkaar de maat nemen, het heeft iets van van Statler en Waldorf. Het heeft iets van ‘ouwe jongens krentenbrood’. Het is gemakkelijk. Het is ook verongelijkt doen en het getuigt van weinig inzicht in de vraagstukken die politici op hun bordje hebben liggen.

Dat ik de politiek eerder deel van het probleem vind, dan deel van de oplossing komt vooral doordat teveel mensen verwachtingsvol naar de overheid kijken voor oplossingen die veel sneller en beter in hun directe omgeving kunnen worden gevonden. Daarbij is het niet belangrijk van welke politieke kleur je bent en of je buurman of mede-straatbewoner een geheel andere kijk op de wereld heeft en een andere politieke signatuur. Over die straat waarin je samen woont, word je het waarschijnlijk wel eens. Dat je die schoon, heel en veilig wilt hebben bijvoorbeeld.

Mijn wens voor 2023 (en alle jaren daarna) is dat het probleemoplossend vermogen in buurten en wijken nog verder groeit. Er zijn echt al veel hoopgevende initiatieven. Dat mensen elkaar gemakkelijker weten te vinden en – inderdaad burgemeester – meer naar elkaar omzien. Als we dat bereiken, wordt de vraag aan de (lokale) politiek ook helderder en hoeven lokale politici de oplossing niet te verzinnen, maar hooguit goed mogelijk te maken. De buurt lost het immers zelf wel op.