Dordrecht heeft een aantrekkelijk museumaanbod. Allereerst het onvolprezen Dordrechts Museum, waar vanaf 8 februari de unieke tentoonstelling Water en Licht te zien is, met werken van William Turner uit het Yale Center for British Art. Daaronder het gezicht op Dordrecht dat Turner schilderde naar aanleiding van zijn bezoek aan de stad in 1817 (hij bezocht Dordt meerdere keren en was zeer onder de indruk van de schilderachtige stad en het unieke spel van licht en water hier).

We hebben het Nationaal Onderwijsmuseum in het fraaie gebouw van de Holland, maar helaas nogal uit de loop voor bezoekers van buiten Dordrecht. Wat dat betreft ondersteun ik het pleidooi van Han van Gorkom, oud-directeur van het Da Vinci College en HBO-Drechtsteden, om dit museum onder te brengen in het gebouw waar nu nog de openbare bibliotheek is gevestigd. Een centralere plek in de stad is niet te bedenken (wat van de verhuizing van de bibliotheek naar het nieuwe stadskantoor mijns inziens een dubieuze exercitie maakt).

Voorts hebben we in het historisch centrum het prachtige Huis van Gijn, waar je kennismaakt met het leven van de Dordtse elite tussen pakweg 1860 en 1920. Ik noem het weleens ‘het Downton Abbey van Dordrecht’. Aan de Wolwevershaven ligt het Patriciërshuis (Museum aan de Maas), waar je je terug waant in de late achttiende/vroege negentiende eeuw, met onder meer de fantastisch gerestaureerde Maaskamer.

Ook in het centrum hebben we tenslotte het Hof van Nederland, waar je kennis kunt maken met ‘vrijheid in Nederland, vroeger en nu’. Dat museum trekt maar weinig bezoekers hoewel het centraal gelegen is aan het Hof, in het hart wat ooit in mijn woorden een ‘historisch-cultureel kwartier’ had moeten worden, een bruisende plek waar geschiedenis, kunsten en wetenschappen elkaar zouden ontmoeten en inspireren. Althans, zo stond dat aan het begin van deze eeuw in de plannen van de gemeente. Dat van die ambitieuze plannen niet zo heel veel is terechtgekomen valt te lezen in de jongste editie van het e-zin Dordrecht Monumenteel, waarop men zich gratis kan abonneren.

Hoe men ook zijn best doet om er iets van te maken, kennelijk valt de thematiek van het museum weinig in de smaak van het publiek. Ik werk regelmatig in de studiezaal van het Regionaal Archief Dordrecht, die de ingang deelt met het museum. Je ziet af en toe eens wat mensen binnendruppelen en in het voorjaar soms een schoolklas, maar vaak heerst er te veel rust. Ik vermoed dan ook dat dit museum zichzelf verre van financieel bedruipt. Daar kan verandering in komen door de naam en het karakter te veranderen. Ik pleit ervoor om van het Hof van Nederland een Dordts Historisch Museum te maken, waar het gaat om de rijke geschiedenis van wat vele eeuwen een van de belangrijkste steden van Holland was. Breidt dat misschien ook uit met relevante informatie over de geschiedenis van het graafschap Holland. Zo’n museum, gelegen op een boogschot van het Dordrechts Museum kan zeker een publiekstrekker worden, mits men daarbij vooral ook de plaatselijke historici raadpleegt. Anders zitten we weer met allerlei gefabuleer zoals de giftige pijl van Dirk IV, de stadsrechten die van 1220 zouden zijn en het onwaarschijnlijke verhaal dat de zogenaamde ‘Eerste vrije statenvergadering’ van 1572 in het Hof zou zijn gehouden. Bovendien: met een Dordts Historisch Museum komt de ambitie van een ‘historisch-cultureel kwartier’ ook nog eens een stapje dichterbij.

Foto: Kees Klok